Van interesse naar inzet: vijf soorten vrijwilligers en wat ze nodig hebben
Een vrijwilliger vinden is één ding, maar hoe zorg je dat iemand met goesting en vertrouwen actief blijft? Arwen Vangilbergen deelt vijf unieke vrijwilligersprofielen uit de praktijk. Ontdek wat elk type precies nodig heeft en hoe je met gerichte begeleiding van eerste interesse naar een duurzame inzet gaat.
Gastbijdrage van Arwen Vangilbergen, voormalig vrijwilligerscoördinator van ACTIEF@thuis
Een vrijwilliger vinden is één ding. Ontdekken wat iemand nodig heeft om met goesting, vertrouwen en voldoende ondersteuning aan de slag te gaan, is iets anders.
Arwen Vangilbergen coördineerde twee jaar lang de vrijwilligers van ACTIEF@thuis, een wetenschappelijk onderzoeksproject rond beweging bij kwetsbare ouderen. Ze reageerde op onze oproep om kennis uit de praktijk te delen en schreef twee artikels voor onze blog. In dit eerste deel beschrijft ze vijf soorten vrijwilligers die ze in twee jaar tegenkwam, en wat elk van hen nodig heeft. Heb jij ook lessen uit het veld? Deel ze met ons.
De vijf profielen in het kort
De gepensioneerde vrijwilliger die actief wil blijven
De extrinsiek gemotiveerde vrijwilliger
De vrijwilliger die zingeving zoekt in een moeilijke periode
De drukbezette vrijwilliger die vrijwilligerswerk doet als hobby
De vrijwilliger die een vriend of familielid wil helpen
Twee jaar vrijwilligerscoördinatie bij ACTIEF@thuis
Als onderzoeker binnen het domein van gezondheidsbevordering begon ik twee jaar geleden aan een nieuwe uitdaging bij ACTIEF@thuis. ACTIEF@thuis is een beweegprogramma van 24 weken, speciaal ontwikkeld om kwetsbare thuiswonende 70-plussers actief te houden. In het kader van een wetenschappelijk onderzoek gingen we na of vrijwilligers als beweegbuddy’s kunnen worden ingezet om het beweegprogramma tot in de huiskamer van kwetsbare ouderen te brengen.
Na het onverwachte vertrek van de vrijwilligerscoördinator nam ik, zonder ervaring maar met veel goesting, enthousiasme en leergierigheid, zijn taken over. Ik ging op zoek naar kandidaat-beweegbuddy’s, leidde hen op, zocht een goede match met een oudere, begeleidde het eerste contact en volgde hun traject gedurende 24 weken op.
In die twee jaar ontmoette ik heel wat verschillende vrijwilligers. Hoewel mij verteld was dat de ACTIEF@thuis-vrijwilligers voornamelijk actieve gepensioneerden waren, bleek al snel dat het publiek veel diverser was. Onze jongste vrijwilliger was 20, de oudste 80. Sommigen waren met pensioen, anderen waren niet betrokken bij het arbeidsgebeuren en nog anderen werkten of studeerden. Ieder van hen had zo zijn eigen reden om vrijwilligerswerk te doen bij ACTIEF@thuis.
Hoewel iedere vrijwilliger uniek is, zag ik in de praktijk wel bepaalde patronen terugkomen. Ik deel daarom graag vijf profielen die ik in onze vrijwilligersgroep herkende. Niet als vaste hokjes, maar als verschillende manieren waarop mensen zich kunnen engageren, elk met hun eigen motivatie, sterktes, noden en uitdagingen.
1. De gepensioneerde vrijwilliger die actief wil blijven
Voor heel wat gepensioneerden was vrijwilligerswerk bij ACTIEF@thuis een manier om zelf fysiek en sociaal actief te blijven. Zo was er M. die via ACTIEF@thuis niet alleen zelf in beweging wou blijven, maar ook haar nieuwe buurt beter wou leren kennen. M. werd beweegbuddy van B., met wie ze een sterke, wederkerige band opbouwde. Tijdens de beweegsessies bood ze niet alleen structuur en ondersteuning, maar ook sfeer en gezelligheid.
M.: “Eigenlijk waren de oefeningen voor mij ook goed. Ik deed dan mee en zo had ik ook mijn beweging. Ik ging altijd met plezier naar B. Ik kon dan mijn babbelke doen met hem. We konden samen lachen. Dat was plezant!”
Ik merkte dat gepensioneerde beweegbuddy’s vaak een sterke band opbouwden met hun deelnemer. Na de oefensessies bleven ze nog even plakken voor een babbeltje en ook na afloop van het oefenprogramma hielden ze in veel gevallen contact. Daarnaast waren ze meestal erg trots op hun vrijwilligerswerk en waren ze bereid om extra taken op te nemen naast de beweegsessies. Enkelen van hen groeiden zelfs uit tot enthousiaste ambassadeurs van ACTIEF@thuis.
Tegelijkertijd kwamen er ook specifieke bezorgdheden naar voren. Zo merkte ik dat ze vaker onzeker waren over hun eigen fysieke mogelijkheden: “Ben ik wel fit genoeg?” en over de verantwoordelijkheid om de oefeningen veilig te begeleiden: “Wat als er iets gebeurt?”. Ze gaven ook vaker aan dat ze moeite hadden om alle verschillende componenten van het programma te combineren: de fysieke oefeningen, de cognitieve oefeningen, de motivationele gespreksvoering, het stellen van doelen, het invullen van vragenlijsten, het bewaken van de intensiteit en de veiligheid, … Soms was het allemaal wat veel. Ten slotte vonden ze het belangrijk dat hun vrijwilligerswerk de vrijheid en flexibiliteit van hun pensioen niet in de weg stond.
Voor deze gepensioneerde beweegbuddy’s was een warme en persoonlijke begeleiding belangrijk. Ze hadden nood aan praktische uitleg, geruststelling, duidelijke afspraken en ondersteuning bij het bewaken van hun eigen grenzen en tijdsinvestering. Daarnaast hadden ze vooral nood aan een warm, vriendelijk en persoonlijk contact met de vrijwilligerscoördinator.
2. De extrinsiek gemotiveerde vrijwilliger
De extrinsiek gemotiveerde vrijwilliger doet vrijwilligerswerk voornamelijk als opstapje naar iets anders. Zo hadden we vrijwilligers die ervaring wouden opdoen in de sociale sector om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. We hadden ook studenten lichamelijke opvoeding die hun stage bij ons deden. En we hadden anderstalige nieuwkomers die hun Nederlands wouden oefenen, hun netwerk wouden uitbreiden en het Belgisch gezondheidssysteem beter wouden leren kennen.
T.: “Ik spreek niet goed Nederlands dus het is vaak moeilijk voor mij om te communiceren, om iets uit te leggen en een vertrouwensband op te bouwen. Bij ACTIEF@thuis heb ik dat wel kunnen oefenen en dat heeft mij geholpen.”
Langs de ene kant leken deze beweegbuddy’s soms iets minder geëngageerd. Ze leken een minder sterke band op te bouwen met hun deelnemer, minder tijd en creativiteit te investeren in de voorbereiding van hun oefensessies en minder geneigd te zijn om extra activiteiten op te nemen buiten het begeleiden van beweegsessies bij hun deelnemer.
Langs de andere kant bleven deze beweegbuddy’s meestal heel trouw aan hun engagement. Ze bleven zich inzetten, zolang hun deelnemer dat ook wou, zelfs als het niet helemaal liep zoals gehoopt. Zo was er een beweegbuddy wiens motivatie geleidelijk aan afnam door verschillende redenen: de verplaatsing naar de deelnemer was verder dan gehoopt, de oefensessies verliepen minder vlot dan gehoopt, veel oefeningen moesten aangepast worden aan de fysieke beperkingen van de deelnemer, het oefenboek bleek toch niet helemaal haar ding te zijn, … Toch hield ze vol. Zes maanden lang ging ze elke week bij haar deelnemer langs om samen beweegoefeningen te doen. Ze wilde er zijn voor haar deelnemer en ze wilde aan zichzelf bewijzen dat ze een goede job in de zorg verdiende. Ze heeft alleszins zeker bewezen dat ze een doorzetter is!
Voor deze vrijwilligers was het belangrijk om een concreet en tastbaar resultaat van het vrijwilligerswerk te behalen. Een attest, certificaat of aanbevelingsbrief hielp om de opgedane ervaring zichtbaar te maken voor bijvoorbeeld een toekomstige werkgever. Vrijwilligers die hun Nederlands wouden oefenen hadden dan weer nood aan een vrijwilligerscoördinator die de dingen op verschillende manieren kon uitleggen en die geduldig kon luisteren terwijl zij de juiste woorden zochten.
3. De vrijwilliger die zingeving zoekt in een moeilijke periode
Vrijwilligers die zingeving zochten in een moeilijke periode hadden vaak te maken met fysieke of mentale moeilijkheden waardoor ze niet terecht konden op de reguliere arbeidsmarkt. Ze zaten noodgedwongen veel thuis en zochten zingeving, sociaal contact en structuur. Als beweegbuddy bij ACTIEF@thuis voelden ze zich weer betekenisvol.
Een vrijwilliger: “Nu ik toch thuis zit, geeft dat voor mij wel structuur aan de dag, een taak, een contactmoment, een zinvol bezig zijn. Zolang ik daar zelf de ruimte voor heb, wil ik dat graag blijven doen.”
Deze beweegbuddy’s waren vaak erg betrokken. Ze bereidden zich goed voor op de oefensessies, bouwden een sterke band op met hun deelnemer, waren erg creatief in het aanpassen van de oefensessies aan de noden en interesses van de deelnemer en hielden graag contact met hun deelnemer na afloop van het oefenprogramma. Een van hen vormde de beweegoefeningen bijvoorbeeld om tot leuke dansjes op de favoriete muziek van haar deelnemer. Haar deelnemer fleurde daar helemaal van op!
Tegelijkertijd zag ik bij deze beweegbuddy’s ook veel onzekerheden: “Doe ik het wel goed? Zou ik het niet beter moeten doen?” Die onzekerheid ging soms gepaard met schuldgevoel, bijvoorbeeld wanneer een sessie niet helemaal liep zoals gepland of wanneer er minder vooruitgang werd gemaakt dan gehoopt. Daarnaast moesten deze beweegbuddy’s, ondanks hun grote inzet en betrokkenheid, helaas ook vaak afhaken om zich op hun gezondheid te kunnen focussen.
Een vrijwilligerscoördinator heeft in zulke situaties niet alleen een organisatorische, maar ook een menselijke rol: luisteren, geruststellen, meedenken, flexibel zijn en tegelijk grenzen bewaken.
4. De drukbezette vrijwilliger die vrijwilligerswerk doet als hobby
Het vierde profiel bestond uit drukbezette mensen voor wie vrijwilligerswerk een betekenisvolle hobby was. De meesten van hen werkten of studeerden. Deze vrijwilligers zochten een betekenisvolle vrijetijdsbesteding die ze konden combineren met hun andere dagelijkse activiteiten.
Hun tijd was schaars, maar dat betekende niet dat ze minder betrokken waren. D. is daar een mooi voorbeeld van. Zij combineerde haar vrijwilligerswerk met een job én een opleiding. Met wat puzzelwerk, flexibiliteit, goede communicatie, begrip en doorzettingsvermogen kon ze het programma uiteindelijk succesvol afronden met maar liefst drie verschillende deelnemers.
Voor deze vrijwilligers was een goede match met de deelnemer erg belangrijk. Ze zijn niet bereid om hun schaarse vrije tijd te investeren in een engagement dat niet goed voelt. Tegelijk kon een sterke band met de deelnemer net een belangrijke motivator worden om het engagement vol te houden.
K.: “Ze is een beetje mijn omaatje geworden. We hebben heel open gesprekken, fijne gesprekken, ze is helemaal mee met mijn situatie en mijn verhaal. […] We hebben alle twee veel aan mekaar!”
Deze beweegbuddy’s waren vaak erg zelfstandig en verantwoordelijk. Eens ze een engagement aangingen, waren ze betrouwbaar, werden er weinig beweegsessies last minute geannuleerd en gingen ze bij problemen vaak zelf op zoek naar een oplossing.
Daar staat tegenover dat ze weinig behoefte hadden aan uitgebreide begeleiding. Ze wilden vooral vrijheid, vertrouwen en ruimte voor initiatief. De vrijwilligerscoördinator moest bereikbaar zijn wanneer dat nodig was, maar hoefde zich niet voortdurend te mengen. Voor deze groep kunnen korte, concrete afspraken op het juiste moment veel waardevoller zijn dan veelvuldige begeleiding.
5. De vrijwilliger die een vriend of familielid wil helpen
Tot slot waren er vrijwilligers die zich engageerden om een vriend of familielid te helpen. Ze waren bijvoorbeeld beweegbuddy voor hun eigen ouder of sprongen tijdelijk in wanneer een bevriende vrijwilliger niet beschikbaar was.
In de praktijk bleek dit type vrijwilliger heel waardevol om de continuïteit voor de deelnemer te garanderen wanneer er geen externe beweegbuddy beschikbaar was.
Langs de andere kant is het belangrijk om erop toe te zien dat beweegprogramma’s voor kwetsbare ouderen, zoals ACTIEF@thuis, geen extra belasting vormen voor mantelzorgers. Mantelzorgers dragen al meer dan genoeg taken en verantwoordelijkheden en zouden niet nog meer op hun bordje moeten krijgen.
Daarnaast leek een persoonlijke band tussen deelnemer en beweegbuddy op lange termijn niet ideaal te zijn. De persoonlijke band leek er in onze ervaring immers voor te zorgen dat het oefenprogramma minder serieus werd genomen, dat er snel even wat oefeningen werden gedaan tussen de soep en de patatten en dat de praktische opvolging, zoals het invullen van logboeken, minder aandacht kreeg. Daarnaast kan een hechte, persoonlijke band tussen deelnemer en beweegbuddy er ook voor zorgen dat de deelnemer minder belang hecht aan de adviezen en instructies van de beweegbuddy.
N.: “Of ik nu een diploma kinesitherapie heb of niet, naar mij luistert ze (mijn moeder) toch niet!”
Wanneer er tijdelijk geen externe beweegbuddy beschikbaar is, kan een mantelzorger, vriend of familielid van de kwetsbare oudere tijdelijk optreden als beweegbuddy. Daarbij is intensieve begeleiding belangrijk om de kwaliteit, de intensiteit en de praktische opvolging van de oefensessies te garanderen.
Wat kunnen we hieruit leren?
Deze vijf vrijwilligersprofielen zijn een voorbeeld van hoe divers vrijwilligers kunnen zijn. Hoewel ze allemaal interesse hadden in dezelfde vrijwilligersvacature, “Beweegbuddy voor een kwetsbare oudere bij ACTIEF@thuis”, hadden ze toch andere noden om van interesse naar inzet te gaan.
Na twee jaar vrijwilligerscoördinatie kijk ik daarom anders naar de vraag: “Hoe vinden we meer vrijwilligers?” Misschien moeten we die vraag minder vaak stellen. Een minstens even belangrijke vraag is: “Hoe zorgen we ervoor dat mensen die interesse hebben om vrijwilligerswerk te doen, zich ook daadwerkelijk kunnen inzetten?” Hoe gaan we van interesse naar inzet?
Dat begint bij luisteren. Luisteren naar waarom iemand vrijwilligerswerk wil doen. Naar wat iemand verwacht. Naar wat iemand moeilijk vindt. Naar wat iemand nodig heeft om zich zeker te voelen. En naar wat het engagement betekent binnen de rest van iemands leven.
Want de vrijwilliger die na zijn pensioen actief wil blijven, heeft andere noden dan de student die ervaring wil opdoen. De vrijwilliger die door een moeilijke periode gaat, heeft andere ondersteuning nodig dan iemand met een overvolle agenda. En iemand die zich engageert om een familielid te helpen, vraagt opnieuw een andere aanpak.
Goede vrijwilligerscoördinatie betekent dus niet dat je voor iedereen hetzelfde doet. Het betekent dat je aandacht hebt voor de persoon achter de vrijwilliger. Want tussen interesse en inzet zit soms een hele wereld. En precies daar ligt volgens mij een belangrijke rol voor de vrijwilligerscoördinator.
Deel jouw lessen uit het veld
In het tweede deel vertelt Arwen hoe je de werking rond je vrijwilligers organiseert, met zes lessen uit ACTIEF@thuis. Dat artikel verschijnt hier ook binnenkort.
Ben je zelf coördinator en herken je deze profielen? Benieuwd hoe vrijwilligers hun eigen motivatie beschrijven? Lees het verhaal van Marc, vrijwilliger bij vijf organisaties, of het verhaal van Glenn.
Heb jij ook lessen die andere organisaties verder helpen? Deel je kennis, wij delen ze met de wereld.
Tot binnenkort!
Veelgestelde vragen
Welke soorten vrijwilligers zijn er?
Arwen herkende bij ACTIEF@thuis vijf profielen: de gepensioneerde die actief wil blijven, de extrinsiek gemotiveerde vrijwilliger, wie zingeving zoekt in een moeilijke periode, de drukbezette vrijwilliger met vrijwilligerswerk als hobby en wie een vriend of familielid wil helpen. Het zijn geen vaste hokjes, wel verschillende manieren om je te engageren.
Hoe begeleid je een gepensioneerde vrijwilliger?
Met warme, persoonlijke begeleiding: praktische uitleg, geruststelling, duidelijke afspraken en hulp bij het bewaken van grenzen en tijdsinvestering.
Wat heeft een vrijwilliger nodig die ervaring wil opdoen voor een job?
Een concreet en tastbaar resultaat. Een attest, certificaat of aanbevelingsbrief maakt de ervaring zichtbaar voor een toekomstige werkgever.
Hoe vind je meer vrijwilligers?
Volgens Arwen is een minstens even belangrijke vraag hoe mensen met interesse zich ook echt kunnen inzetten. Dat begint bij luisteren naar wat iemand verwacht, moeilijk vindt en nodig heeft.
Over de auteur
Arwen Vangilbergen was tot en met september 2026 onderzoeker aan Arteveldehogeschool. Haar takenpakket bestond hoofdzakelijk uit de vrijwilligerscoördinatie van ACTIEF@thuis, een beweegprogramma van 24 weken voor kwetsbare thuiswonende 70-plussers. Het onderzoeksproject liep af op 1 oktober 2026: er kunnen geen nieuwe vrijwilligers of deelnemers meer instappen.
Meer over ACTIEF@thuis · Arwen op LinkedIn
Over het project ACTIEF@thuis
Instellingen: Arteveldehogeschool, VUB, UGent, UAntwerpen, Odisee Hogeschool en UZ Brussel
Team: Emma De Keyser, Jade Tambeur, Elke De Smedt en Timothy Moreels
Promotoren: David Backwée, Dominique Van de Velde, Wim Peersman, Nick Verhaeghe en Siddhartha Lieten
Hoofdpromotor: Patricia De Vriendt
Met steun van: FWO
Bronnen
Praktijkervaring van de auteur als vrijwilligerscoördinator bij ACTIEF@thuis. Projectpagina: Oefenprogramma activeage@home voor kwetsbare ouderen, Arteveldehogeschool.




